De 20 weken echo

De 20 weken echo

Elke vrouw heeft de mogelijkheid om een uitgebreide echo te laten maken rond de 20 weken zwangerschap. Hierbij wordt gekeken of er lichamelijke afwijkingen te zien zijn bij de baby. Ook wordt de grootte van de baby opgemeten. Indien dit onderzoek gewenst is, wordt deze echo vergoed uit het basispakket. 

Het idee achter deze echo is dat het ouders keuzemogelijkheden biedt. Als er een (ernstige) afwijking wordt gevonden mag de zwangerschap tot 24 weken worden afgebroken. Bij bepaalde afwijkingen kan het gunstig zijn van tevoren te weten dat het kind een bepaalde behandeling of opvang nodig heeft. Het nadeel van deze echo is dat er regelmatig iets ‘afwijkends’ gevonden wordt  dat achteraf geen betekenis blijkt te hebben of waarover geen zekerheid kan worden geboden. Een dergelijke uitkomst kan ouders (meestal tijdelijk) in onzekerheid en twijfel brengen wat veel stress kan geven. Dit kan de rest van de zwangerschap ‘verpesten’ wat uiteraard zeer belastend is. Zeker als achteraf blijkt dat er niets aan de hand was.

Kiezen

Het doel van de NIPT en de combinatietest is het ontdekken van chromosomale afwijkingen. Dergelijke afwijkingen zijn niet te genezen. Als het kind bijvoorbeeld het syndroom van Down blijkt te hebben, moeten de aanstaande ouders een keuze maken. Zij kunnen accepteren dat zij een kind met die afwijking krijgen of zij kunnen er voor kiezen de zwangerschap af te breken. De vraag die ouders zich dus vooral moeten stellen is wat zij met de uitkomst van een test zouden willen doen. Hoe belangrijk vinden zij het om een keuze te hebben? Of hoe belangrijk vinden zij het om die keuze niet te hoeven maken?

Alle zwangeren mogen dus zelf de keus maken of ze zich willen laten testen of niet. Er is een keuzehulp op de website van het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) ‘bewust kiezen‘ om hierbij te helpen. 

Uit het voorgaande blijkt duidelijk dat er verschillende kanten aan het prenataal testen zijn. Voor iedereen persoonlijk zal de balans van voor-en nadelen verschillend zijn. Veel zwangeren willen graag horen dat alles goed is met hun kind. Het is belangrijk te beseffen dat over de gezondheid van een kind nooit garanties gegeven kunnen worden ook al zijn alle onderzoeken gedaan.
Verder is het belangrijk te bedenken hoe groot de kans op chromosomale afwijkingen nu eigenlijk is. Bij het denken over afwijkingen zou je namelijk bijna vergeten dat de overgrote meerderheid van de kinderen helemaal gezond geboren wordt. De grens ligt voor de testuitslag bij een kans van 1 op 200. Grofweg kan je zeggen dat voor vrouwen jonger dan 36 jaar de kans onder die 1 op 200 ligt, minder dan een half procent dus. Bij 36 jaar ligt de kans rond de 1 op 200 en die stijgt dan met de leeftijd naar ongeveer 1 op 100 bij 40 jaar, 1 procent dus.

Vragen die een zwangere zichzelf en haar eventuele partner kan stellen zijn:

  • Wat vind ik van een kind met een chromosoomafwijking in mijn gezin?
  • Wat vind ik van het risico op een miskraam bij een eventuele vlokkentest of vruchtwaterpunctie?
  • Zou ik de zwangerschap willen afbreken bij een afwijking?
  • Wat vind ik zelf een verhoogde kans en met welke kans kan en wil ik leven?

Dat de antwoorden op deze vragen voor iedereen verschillend kunnen zijn is duidelijk. Daarom is het ook niet mogelijk hierin adviezen te geven. Elke zwangere zal zelf, met haar partner, haar beslissingen in deze moeten nemen omdat ze ook zelf met die beslissing verder moet leven. 

Als er in jouw familie of bij jezelf afwijkingen of ziektes voorkomen waarvan je denkt dat je kind deze ook kan krijgen kan het goed zijn daar zo vroeg mogelijk, liefst zelfs voor een zwangerschap, informatie over in te winnen. Bel ons voor informatie of bel met de ERFO-lijn van de VSOP (vereniging samenwerkende ouder- en patiëntenorganisaties bij erfelijke of aangeboren afwijkingen) op nummer 035 6034040.

Leeftijd van de moeder op het moment van de test Kans op een kind met Downsyndroom:

  • 20 – 25 jaar
    11 tot 13 van de 10.000
  • 26 – 30 jaar
    14 tot 19 van de 10.000
  • 31 – 35 jaar
    20 tot 45 van de 10.000
  • 36 – 40 jaar
    60 tot 155 van de 10.000
  • 41 – 45 jaar
    200 tot 615 van de 10.000

Links bij dit artikel
Onderwerpen bij dit thema